Hier vind je een groot assortiment aan voorbeeldzinnen voor het woord cellulose, oftewel zinnen die je kunnen helpen om cellulose in een zin te gebruiken. Leren hoe je een woord in een zin moet gebruiken, kan erg nuttig zijn, bijvoorbeeld als het gaat om het leren gebruiken van het woord in een zin, in welke context het woord kan worden gebruikt en om de ware betekenis van het woord te leren "cellulose". Daarnaast laten we ook zien hoe verschillende verbuigingen van cellulose kunnen worden gebruikt, de verbuigingen waar we ook voorbeeldzinnen voor hebben zijn: cellulosefabrieken, cellulosefibrillen, celluloserijke en cellulosevertering. Als u op de verbuiging van cellulose klikt waarin u geïnteresseerd bent, komt u bij de lijst met voorbeeldzinnen voor die specifieke vorm.
Cellulose in een zin
Hieronder vind je verschillende zinnen die illustreren hoe je het woord cellulose in een zin gebruikt.
Hij bestaat vooral uit cellulose.
Net als cellulose is chitine erg sterk.
Deze wordt omgeven door de cellulose of intine.
Chemisch gezien is chitine vergelijkbaar met cellulose.
De kelderzwam breekt het cellulose in hout af (bruinrot).
Chitine is, na cellulose, de meest voorkomende biopolymeer op aarde.
Lignine is het meest voorkomende organisch materiaal op aarde, na cellulose.
Ze zijn in staat zo'n 30% van de in het voedsel aanwezige cellulose te verteren.
Ook spelen ze een belangrijke rol bij de afbraak van cellulose, hemicellulose en keratine.
Een groot deel van het voer voor herkauwers bestaat uit vezelrijk materiaal (zoals cellulose van gras).
De eigenlijke vertering vindt in de darm plaats; met behulp van bacteriën wordt de cellulose afgebroken.
Ook bij termieten zijn het symbiotische micro-organismen in hun ingewanden die de cellulose tot glucose afbreken.
Het komt ook voor bij verschillende algensoorten, en ook enkele bacteriën zijn in staat cellulose uit te scheiden.
Op gelijkaardige wijze treedt reactie op tussen zwavelzuur en zetmeel of cellulose (die uit koolhydraatpolymeren bestaat).
Hierbij wordt de cellulose en de stof lignine afgebroken, waarbij de in het hout aanwezige suikers ongemoeid worden gelaten.
Deze laag, ook wel stationaire fase, kan bestaan uit normalefasesilica (nf) of omgekeerdefasesilica (of), cellulose of aluminiumoxide.
De glucose die bij fotosynthese ontstaat, dient als bouwsteen voor andere organische verbindingen, bijvoorbeeld cellulose, of als brandstof.
Voorbeelden van deze polysachariden zijn cellulose, zetmeel, glycogeen, dextraan, chitine, inuline, levan, hyaluronzuur, heparine en pectine.
Wat wetenschappers het meest verbaasde, is dat de panda geen genen heeft om cellulose af te breken, een stof die veel in bamboe te vinden is.
Monosachariden, zoals glucose en fructose, dienen dan weer als opbouwmateriaal voor polysachariden, zoals chitine, zetmeel, cellulose en glycogeen.
De algemene reactievergelijking voor dit proces wordt gegeven door (waarbij n het aantal monomere suikereenheden in zetmeel of cellulose voorstelt):.
Veel structurele polysachariden zoals chitine, peptidoglycaan en cellulose zijn gebonden door bèta-bindingen, die veel beter bestand zijn tegen hydrolyse.
De sterkte van hout is een resultaat van het natuurlijke "composietmateriaal" dat gevormd wordt door de interactie tussen cellulose en het lignine eromheen.
Het overblijvende, zesde, glyceraldehyde-3-fosfaat-molecuul wordt gebruikt voor het maken van glucose, cellulose en andere stoffen die de plant nodig heeft.
Zo komt de koolstof uit de kooldioxide via fotosynthese terecht in allerlei andere stoffen, deels zichtbaar, zoals cellulose en lignine in het hout van bomen.
In tegenstelling tot andere polymere vormen van glucose, zoals zetmeel en glycogeen, is de biopolymeer cellulose slecht verteerbaar tot de celbrandstof glucose.
De glucose wordt gebruikt als energiebron of omgezet in andere organische stoffen, bouwstoffen als cellulose en eiwitten, ten behoeve van groei en voortplanting.
Een recent onderzoek laat zien dat op vezels van cellulose van de lijkwade een dun koolhydraatlaagje zit dat zetmeel, enkele suikers en andere onzuiverheden bevat.
Collenchym bij vaatplanten is een levend weefsel, waarvan de celwanden verdikkingen hebben, bestaande uit laagjes cellulose en protopectine, die elkaar afwisselen.
Omdat ze ook moeilijk afbreekbare substanties zoals cellulose, lignine en keratine kunnen reduceren, zijn ze van groot belang voor de stikstof- en koolstofkringloop.
Schimmelcellen hebben, net als plantencellen, wel vaak een celwand, maar van een andere chemische samenstelling: cellulose voor planten versus chitine voor schimmels.
Autotrofen kunnen zichzelf bovendien synthetiseren: vanuit glucose worden cellulose, en aminozuren (en van daaruit eiwitten) aangemaakt, de bouwstoffen van de cellen.
Jeanes' onderzoeksgebied omvatte natuurlijke polysachariden, waaronder zetmeel (uit graan, mais, rijst en aardappelen), cellulose (uit katoen, hout en papier) en dextraan.
Schimmels kunnen een positieve rol spelen (onder andere die van de gisten; vertering van cellulose in de strooisellaag; vorming van antibiotica, het optreden van mycorrhiza).
In de netmaag en pens leven symbiotische bacteriën, die de (voor zoogdieren normaal gesproken niet goed verteerbare) cellulose uit de celwanden van planten afbreken tot glucose.
Enkele voorbeelden van voedingsvezels zijn: pectine, lignine, cellulose, gommen, slijmstoffen, resistent zetmeel, inuline, fructanen, diverse hemicelluloses, saponinen, tanninen.
In het spijsverteringskanaal kunnen ook endosymbiotische micro-organismen (bacteriën of schimmels) voorkomen, die nodig zijn voor de afbraak van bepaalde voedingsbestanddelen zoals cellulose.
Bij de soepschildpad is de spijsvertering goed onderzocht; in de darmen van hetzelfde vrouwtje werden bacteriën aangetroffen die de uit cellulose opgebouwde celwanden van planten kunnen verteren.
De glucose in het bloed is afkomstig van vooral cellulose (bij herbivoren) of zetmeel (bijvoorbeeld bij de mens), dat door enzymen (cellulase; amylase) eerder, in het spijsverteringskanaal, is afgebroken.
Deze biologische polymeren kunnen zowel lineair als vertakt zijn en kunnen zowel uit een reeks identieke monomeren, bijvoorbeeld cellulose, als uit een reeks verschillende monomeren bestaan, bijvoorbeeld pectine.
Anabolisme is, binnen het organisme, het fysiologische proces waarbij, via synthese van complexe moleculen (biopolymeren als cellulose en eiwitten) uit kleine biomoleculen (monomeren), celmateriaal wordt gevormd.
Celluloserijke is een verbuigingsvorm van cellulose, hieronder vind je voorbeeldzinnen voor celluloserijke.
Ook kunnen ze celluloserijke bouwmaterialen en textiele stoffen aantasten.
Bron: https://nl.wikipedia.org/wiki/Ascomyceten
Cellulosevertering in een zin
Cellulosevertering is een verbuigingsvorm van cellulose, hieronder vind je voorbeeldzinnen voor cellulosevertering.
Het ingenomen voedsel gaat voor de fermentatie en de cellulosevertering achtereenvolgens naar de pens, de netmaag en de boekmaag en dan als laatste naar de lebmaag voor de eiwitvertering.
Algemene informatie over "cellulose" voorbeeldzinnen
De voorbeeldzinnen voor het woord cellulose die we op deze website presenteren, komen uit verschillende officiële bronnen. Een van onze bronnen zijn bijvoorbeeld artikelen op Wikipedia die zijn geclassificeerd als ten minste goede artikelen. Maar we gebruiken ook nieuwsartikelen, boeken en andere algemene teksten om voorbeeldzinnen te verzamelen over hoe het woord "cellulose" in een zin kan worden gebruikt. Rechts van elke zin vindt u een link-uit-pijl die u naar de bron van de zin stuurt, waar u toegang hebt tot de volledige tekst en context voor de gepresenteerde voorbeeldzin. Dit kan handig zijn omdat sommige woorden soms moeilijk te begrijpen zijn met alleen een zin voor de context, terwijl het volledige artikel of de volledige tekst u kan helpen inzicht te krijgen in het gebruik van het woord "cellulose".