Voorbeeldzinnen.nu

Voorbeeldzinnen voor cytosol

Hier vind je een groot assortiment aan voorbeeldzinnen voor het woord cytosol, oftewel zinnen die je kunnen helpen om cytosol in een zin te gebruiken. Leren hoe je een woord in een zin moet gebruiken, kan erg nuttig zijn, bijvoorbeeld als het gaat om het leren gebruiken van het woord in een zin, in welke context het woord kan worden gebruikt en om de ware betekenis van het woord te leren "cytosol".

Cytosol in een zin

Hieronder vind je verschillende zinnen die illustreren hoe je het woord cytosol in een zin gebruikt.


  1. Lardy introduceerde de term cytosol in 1965.


  2. Water is het hoofdbestanddeel van het cytosol.


  3. Ze zijn ingebed in het cytosol, de grondvloeistof van de cel.


  4. Het cytosol fungeert ook als transportmedium van metabolieten.


  5. De kanalen springen open, zodat calcium het cytosol binnenstroomt.


  6. Het cytosol is een complex mengsel van opgeloste organische stoffen.


  7. De viscositeit van het cytosol komt overeen met dat van zuiver water.


  8. Het cytosol is een milieu waarin zich veel cellulaire processen afspelen.


  9. In prokaryoten vinden vrijwel alle stofwisselingsreacties plaats in het cytosol.


  10. In prokaryoten vinden de reacties van de citroenzuurcyclus in het cytosol plaats.


  11. De meeste moleculen in het cytosol hebben een molecuulmassa van minder dan 300 Da.


  12. Het cytosol is daarnaast ook de omgeving waarin stofwisselingsprocessen plaatsvinden.


  13. Bij prokaryoten is het volledige genoom (al het DNA) vrijelijk in het cytosol opgelost.


  14. De ribosoomdelen, afkomstig uit de nucleolus, omsluiten een mRNA-keten altijd in het cytosol.


  15. Ook grotere moleculaire complexen, zoals ribosomen of proteasomen, zijn opgelost in het cytosol.


  16. Het cytoplasma bestaat uit cytosol waarin zich de celorganellen (bijvoorbeeld de celkern) bevinden.


  17. Dit effect verandert de manier waarop de componenten van het cytosol interacties met elkaar aangaan.


  18. Het cytosol, ook wel de intracellulaire vloeistof genoemd, is de grondvloeistof van een levende cel.


  19. De termen cytosol en cytoplasma worden vaak synoniem gebruikt, maar zijn strikt genomen verschillend.


  20. In het cytosol bevindt zich het cytoskelet: een netwerk van lange filamenten van actine en microtubuli.


  21. In de cellen van zoogdieren zijn ongeveer de helft van alle eiwitmoleculen gelokaliseerd in het cytosol.


  22. De concentraties van ionen in het cytosol verschillen aanzienlijk van die in de extracellulaire vloeistof.


  23. Voordat de term cytosol was ingeburgerd werden andere namen gebruikt voor celvocht, waaronder hyaloplasma.


  24. Het cytosol bevat dan ook veel grotere hoeveelheden geladen macromoleculen zoals eiwitten en nucleïnezuren.


  25. Het diacylglycerol blijft gebonden aan het membraan, terwijl het inositoltrifosfaat vrijkomt in het cytosol.


  26. De 2 tijdens de glycolyse gevormde NADH-moleculen moeten van het cytosol naar de mitochondriën vervoerd worden.


  27. Dit is relatief eenvoudig voor wateroplosbare moleculen, zoals aminozuren, die snel door het cytosol diffunderen.


  28. Samen met cytoplasma werd cytosol door veel auteurs overgenomen in literatuur en zijn sindsdien algemeen aanvaard.


  29. In de moderne biologie verwijst de term cytosol naar het vloeibare gedeelte van het cytoplasma van een intacte cel.


  30. Moleculen die via endocytose in de cel worden opgenomen, worden door het cytosol in vesikels (blaasjes) getransporteerd.


  31. Het cytosol maakt het deel uit van het cytoplasma, waartoe ook de mitochondriën, plastiden en andere organellen behoren.


  32. Ondanks dat er veel onderzoek naar het cytosol is gedaan, zijn de structuur en eigenschappen ervan nog niet geheel ontrafeld.


  33. Deze enorme hoeveelheid aan grote moleculen in het cytosol leidt tot een verschijnsel dat macromolecular crowding wordt genoemd.


  34. Het cytoplasma bestaat uit het cytosol (de grondvloeistof), de organellen en alle andere inwendige celcomponenten zoals eiwitten.


  35. Het cytosol bestaat voornamelijk uit water, opgeloste ionen, kleine moleculen en grotere wateroplosbare moleculen, zoals eiwitten.


  36. De belangrijkste component van het cytosol is water: bij de meeste cellen is het aandeel water circa 70% van het totale celvolume.


  37. In het cytosol bevinden zich de eiwitten, ionen en organische moleculen die nodig zijn voor de structuur en fysiologie van de cel.


  38. Door de lage concentratie van calcium in het cytosol kunnen calciumionen gebruikt worden als second messenger in signaaltransductie.


  39. Omdat het cytosol een enorme concentratie aan opgeloste macromoleculen bevat, gedraagt het cytosol zich niet als een ideale oplossing.


  40. Bij eukaryoten is het genomisch DNA opgeslagen in de celkern, een compartiment dat van het cytosol gescheiden is door het kernmembraan.


  41. Plasmodesma (meervoud= plasmodesmata) is een open kanaaltje in een plantencelwand, die het cytosol van twee aanliggende cellen verbindt.


  42. Alle eiwitten die niet gebonden zijn aan een membraan of het cytoskelet zijn opgelost in het cytosol, en kunnen vrijelijk ronddiffunderen.


  43. Het belangrijkste bestanddeel van het cytoplasma is het cytosol: de waterige grondvloeistof waarin alle cellulaire structuren zijn ingebed.


  44. Hydrofobe moleculen, zoals vetzuren of sterolen, kunnen alleen door het cytosol worden vervoerd als ze gebonden zijn aan transporteiwitten.


  45. In tegenstelling tot de extracellulaire vloeistof heeft het cytosol een hoge concentratie kaliumionen en een lage concentratie natriumionen.


  46. De meeste histamine komt niet vrij voor in het cytosol, maar zit in speciale blaasjes in mestcellen (mastocyten) en in basofiele granulocyten.


  47. Het cytosol is de waterige basissubstantie van een cel: het is in feite het gedeelte van het cytoplasma dat zich buiten de organellen bevindt.


  48. Het cytosol is dus een vloeibare matrix waarin de organellen zijn ingebed, en het cytoplasma verwijst naar de hele celinhoud, exclusief de celkern.


  49. Kleine organische moleculen bewegen ongeveer even snel door het cytosol als door zuiver water: ruwweg een vijfde van een seconde over 10 micrometer.


  50. Met andere woorden, het cytosol is het nutriëntrijke, waterige deel van het cytoplasma dat zich tussen de organellen en andere celcomponenten bevindt.


Bron: https://nl.wikipedia.org/wiki/Protoplasma, https://nl.wikipedia.org/wiki/Cytosol, https://nl.wikipedia.org/wiki/Eukaryoot, https://nl.wikipedia.org/wiki/Citroenzuurcyclus, https://nl.wikipedia.org/wiki/Ribosoom, https://nl.wikipedia.org/wiki/Cytoplasma, https://nl.wikipedia.org/wiki/Cel_(biologie), https://nl.wikipedia.org/wiki/Fosfolipase_C, https://nl.wikipedia.org/wiki/Aerobe_dissimilatie, https://nl.wikipedia.org/wiki/Plasmodesma, https://nl.wikipedia.org/wiki/Histamine

Vorige en volgende woord in de database

‹‹ cytoskelet cytosolisch ››

Algemene informatie over "cytosol" voorbeeldzinnen

De voorbeeldzinnen voor het woord cytosol die we op deze website presenteren, komen uit verschillende officiële bronnen. Een van onze bronnen zijn bijvoorbeeld artikelen op Wikipedia die zijn geclassificeerd als ten minste goede artikelen. Maar we gebruiken ook nieuwsartikelen, boeken en andere algemene teksten om voorbeeldzinnen te verzamelen over hoe het woord "cytosol" in een zin kan worden gebruikt. Rechts van elke zin vindt u een link-uit-pijl die u naar de bron van de zin stuurt, waar u toegang hebt tot de volledige tekst en context voor de gepresenteerde voorbeeldzin. Dit kan handig zijn omdat sommige woorden soms moeilijk te begrijpen zijn met alleen een zin voor de context, terwijl het volledige artikel of de volledige tekst u kan helpen inzicht te krijgen in het gebruik van het woord "cytosol".