Ellepijp in een zin
Hieronder vind je verschillende zinnen die illustreren hoe je het woord ellepijp in een zin gebruikt.
De ellepijp is erg robuust.
De ellepijp is vijfenhalve centimeter lang.
De ellepijp is nogal gebogen, iets naar voren en buiten.
Spaakbeen en ellepijp zijn verbonden door een rolgewricht.
De ellepijp heeft maar een zwak ontwikkelde processus olecrani.
Het onderste uiteinde van de ellepijp is iets asymmetrisch verbreed.
De ellepijp mist het gedeelte achter de oorspronkelijke as van de schacht.
Het spaakbeen en de ellepijp zijn ongeveer even dik en bovenaan iets verwijd.
Het spaakbeen zit aan de laterale kant van de ellepijp, die langer en groter is.
De ellepijp, met 79% van de lengte van het opperarmbeen, is maar weinig gebogen.
De ellepijp en het spaakbeen waren iets langer en zaten vast aan een polsgewricht.
Het vierde middenhandsbeen was ongeveer even lang als de ellepijp: 7,5 centimeter.
De ellepijp is ook robuust, met een holle kromming van de voorzijde van de schacht.
De ellepijp is even lang als het opperarmbeen maar het spaakbeen is duidelijk korter.
De ellepijp is robuust met een halvemaanvormig bovenvlak en een overdwars afgeplatte schacht.
In 1999 werd echter gesteld dat de ellepijp niet verschilt van die van vroege soorten van Homo.
De ellepijp, in het algemeen ook kort en breed, is bovenaan wat verlengd naar achteren gebogen.
De ellepijp heeft 82% van de lengte van het opperarmbeen en is hecht verbonden met het spaakbeen.
Bij Jurassische vormen is er geen tussenruimte, spatium interosseum, meer tussen ellepijp en spaakbeen.
Het onderste uiteinde van de ellepijp is verlengd, een kenmerk dat typisch is voor moderne tropische groepen.
Het opperarmbeen is via de elleboog verbonden met de twee beenderen van de onderarm: het spaakbeen en de ellepijp.
Het ging om een schedeldak, een spaakbeen, twee dijbeenderen, een opperarmbeen, een ellepijp en nog enkele botresten.
De ellepijp heeft een enkelvoudige duidelijk afgetekende ovale kom in het bovenvlak naast een kleine bult naar buiten toe.
Lange botten (opperarmbeen, ellepijp, spaakbeen en scheenbeen) tonen korte en diepe uitsnijdingen, die wijzen op amputaties.
Nog meer gereduceerd is de onderarm: de ellepijp en het spaakbeen meten bij dit exemplaar respectievelijk 219 en 173 millimeter.
De ellepijp is bij sommige exemplaren wat gebogen als bij basale mensapen; bij andere zo recht als typisch is voor de moderne mens.
De ellepijp is bovenaan niet verbreed en mist een vergrote processus olecrani; de schacht ervan is dikker dan dat van het spaakbeen.
In de arm zijn op de ellepijp geen papillae ulnares zichtbaar, knobbels voor de aanhechting van slagpennen, die Velociraptor wel bezit.
Dat geldt ook voor de beenderen van de onderarm, waarvan de ellepijp (ulna) en het spaakbeen (radius) het samengestelde radioulna vormen.
Hetzelfde geldt voor de beenderen van de onderarm, waarvan de ellepijp (ulna) en het spaakbeen (radius) het samengestelde radioulna vormen.
Dunne secties van deze ellepijp tonen intensief dooraderd fibrolamellair been, wat aantoont dat het dier nog in de groei was toen het stierf.
Zoals bij andere zoogdieren, maar in tegenstelling tot vogels, is het spaakbeen en niet de ellepijp het belangrijkste onderdeel van de onderarm.
Ook de onderarm is kort en weinig robuust; de ellepijp heeft boven achteraan een zwak ontwikkelde processus olecrani wat wijst op een zwakke musculatuur.
De mens is een van de weinige zoogdieren waarbij het spaakbeen om de ellepijp kan draaien, zodat de handpalm zowel naar boven als naar beneden gehouden kan worden.
De arm is lang: bij Big Mama heeft het opperarmbeen een lengte van 227 millimeter en in de onderarm is de ellepijp 222 millimeter lang, het spaakbeen 201 millimeter.
De voorpoten bestaan uit respectievelijk het opperarmbeen (8) en het spaakbeen (7) en de ellepijp (6), met hieraan de handwortelbeentjes (5) en de middenhandsbeentjes (4).
Een ellepijp van Velociraptor mongoliensis werd opgegraven die de aanhechtingspunten, papillae ulnares, voor slagpennen toonde, een teken dat een echte vleugel aanwezig was.
Analyse op basis van de lengte en ossificatie van het bovenbeen, de ellepijp en de bovenarm, toont een slechte correlatie tussen de grootte en de relatieve leeftijd van het individu.
Bij de pterosauriërbeenderen die op de Futalognkovindplaats aangetroffen werden bevindt zich een azhdarchoide ellepijp (sensu Kellner, 2003) van een dier dat een geschatte vleugelspanwijdte van ongeveer zes meter had.
Bron: https://nl.wikipedia.org/wiki/Bonapartesaurus, https://nl.wikipedia.org/wiki/Gongbusaurus, https://nl.wikipedia.org/wiki/Coelurus, https://nl.wikipedia.org/wiki/Spaakbeen, https://nl.wikipedia.org/wiki/Citipati, https://nl.wikipedia.org/wiki/Alcmonavis, https://nl.wikipedia.org/wiki/Ichthyosauria, https://nl.wikipedia.org/wiki/Sciurumimus, https://nl.wikipedia.org/wiki/Daliansaurus, https://nl.wikipedia.org/wiki/Turfanosuchus, https://nl.wikipedia.org/wiki/Beipiaopterus, https://nl.wikipedia.org/wiki/Floresmens, https://nl.wikipedia.org/wiki/Neobohaiornis, https://nl.wikipedia.org/wiki/Vulcanodon, https://nl.wikipedia.org/wiki/Paranthropus_aethiopicus, https://nl.wikipedia.org/wiki/Anatomie_van_de_neanderthaler, https://nl.wikipedia.org/wiki/Harpymimus, https://nl.wikipedia.org/wiki/Pterosauriërs, https://nl.wikipedia.org/wiki/Neanderthaler, https://nl.wikipedia.org/wiki/Tyrannosaurus, https://nl.wikipedia.org/wiki/Australopithecus_afarensis, https://nl.wikipedia.org/wiki/Kuru_(dinosauriër), https://nl.wikipedia.org/wiki/Locomotie, https://nl.wikipedia.org/wiki/Kikkers, https://nl.wikipedia.org/wiki/Futalognkosaurus, https://nl.wikipedia.org/wiki/Sinocalliopteryx, https://nl.wikipedia.org/wiki/Krokodilachtigen, https://nl.wikipedia.org/wiki/Gevederde_dinosauriërs, https://nl.wikipedia.org/wiki/Dimetrodon