Hier vind je een groot assortiment aan voorbeeldzinnen voor het woord endosperm, oftewel zinnen die je kunnen helpen om endosperm in een zin te gebruiken. Leren hoe je een woord in een zin moet gebruiken, kan erg nuttig zijn, bijvoorbeeld als het gaat om het leren gebruiken van het woord in een zin, in welke context het woord kan worden gebruikt en om de ware betekenis van het woord te leren "endosperm".
Endosperm in een zin
Hieronder vind je verschillende zinnen die illustreren hoe je het woord endosperm in een zin gebruikt.
Secundair endosperm wordt vooral aangetroffen bij bedektzadigen.
Primair endosperm komt voor bij veel naaktzadigen (gymnospermen).
Bij veel eenzaadlobbige planten zit het reservevoedsel opgeslagen in het endosperm.
Het zaad bestaat voor het grootste deel uit endosperm met daarin het reservevoedsel.
De gametofyt is het primair endosperm, dat morfologisch homoloog is met het prothallium.
Verder komt er eerder endosperm voor dan perisperm als opslagweefsel voor reservestoffen.
Bij de eenzaadlobbigen (monocotylen) zit het reservevoedsel in het (secundair) endosperm.
Het endosperm is vaak rijk aan zetmeel (maïs), olie (koolzaadolie) en eiwitten (erwt, boon).
Bij veel eenzaadlobbige planten zit het reservevoedsel opgeslagen in het endosperm of kiemwit.
Bij vele soorten van de Caryophyllales is er geen endosperm, maar alleen een perisperm aanwezig.
Het schildje zorgt voor het transport van het reservevoedsel uit het endosperm naar de kiemplant.
Bij de tweezaadlobbigen worden deze reserves later van het endosperm naar de zaadlobben verplaatst.
Bij sommige tweezaadlobbigen zijn de zaadlobben klein en zit er nog veel reservevoedsel in het endosperm.
Tijdens de kieming wordt het reservevoedsel uit het endosperm verbruikt en het zetmeel omgezet in glucose.
Dit versmeltingsproduct kan door deling het secundaire endosperm vormen, wat ook wel "triplosperm" genoemd wordt.
Deze kern groeit uit tot het endosperm (kiemwit), dat reservevoedsel bevat voor de zich later te ontwikkelen plant.
Bij zaden van de soorten van de waterleliefamilie, Piperaceae en Zingiberales komt het perisperm naast het endosperm voor.
Deze kern groeit uit tot het secundair endosperm (kiemwit), dat reservevoedsel bevat voor de zich later te ontwikkelen plant.
Deze kern groeit uit tot het secundaire endosperm (kiemwit), dat reservevoedsel bevat voor de zich later te ontwikkelen plant.
Onder de term endosperm kunnen naar de wijze van ontstaan verschillende dingen worden begrepen: primair en secundair endosperm.
In het zaad zit slechts één kiemlob (scutellum of schildje), die het voedsel vanuit het endosperm doorgeeft aan het kiemplantje.
Deze kern groeit uit tot het secundair endosperm of kiemwit, dat dient als reservevoedsel voor het zich later ontwikkelende embryo.
Bij veel andere bedektzadigen is het opslagweefsel gewoonlijk het secundaire endosperm, dat is ontstaan bij de dubbele bevruchting.
Eijkman schrijft dat toe aan een vermeend zenuwgif in het endosperm van rijst, waartegen een factor in de rijstzemelen zou beschermen.
In het zaad zit slechts één kiemlob (scutellum of schildje), die na de kieming het voedsel vanuit het endosperm doorgeeft aan het kiemplantje.
Gluten (van het Latijnse gluten, lijm) is de naam van een groep eiwitten die voorkomen in het endosperm van sommige granen en in graanproducten.
Na de bevruchting kan zich binnen het nucellusweefsel uit de embryozak (het macroprothallium, de vrouwelijke gametofyt) het primaire endosperm vormen.
Na bevruchting wordt bij dicotylen het reserve voedsel uit het endosperm opgeslagen in de kiemlobben en bij de monocotylen blijft het in het endosperm.
Tijdens de kieming wordt het reservevoedsel uit de zaadlobben en het endosperm verbruikt, waarbij het zetmeel wordt omgezet in de celbrandstof glucose.
Het endosperm is vaak rijk aan zetmeel (bijvoorbeeld bij granen), olie (bijvoorbeeld bij koolzaad) en/of eiwitten (bijvoorbeeld bij erwt, boon, sojaboon).
Het macroprothallium is coenocytisch (het bestaat uit meer cellen met kernen maar zonder celwanden), en het vormt het primair endosperm met 2 tot veel archegonia, ieder met een archegoniumkamer.
Eén spermakern versmelt met de eicelkern en bij de bedektzadigen versmelt een tweede spermakern uit de pollenbuis met de secundaire embryozak-kern in de embryozak voor de vorming van het endosperm.
De vrucht kan zeer complex zijn, maar meestal zijn de volgende onderdelen te onderscheiden: zaad, zaadhuid, kiem of embryo met het pluimpje, 1 of 2 zaadlobben, de wortel en het kiemwit of endosperm.
Bij de tweezaadlobbigen (dicotylen) is het reservevoedsel uit het endosperm meestal overgegaan in de beide zaadlobben (cotylen), maar bij sommige plantensoorten kan het ook nog in het endosperm zitten.
Bij de eenzaadlobbigen (monocotylen) zit het reservevoedsel, vaak in vorm van zetmeel, opgeslagen in amyloplasten) in het endosperm (kiemwit) en wordt het pluimpje omgeven door een pluimschede (coleoptyl).
Bij de tweezaadlobbigen (dicotylen) is meestal het reservevoedsel uit het endosperm overgegaan in de beide zaadlobben (cotylen), maar bij sommige plantensoorten kan het ook nog in het (secundair) endosperm zitten.
Algemene informatie over "endosperm" voorbeeldzinnen
De voorbeeldzinnen voor het woord endosperm die we op deze website presenteren, komen uit verschillende officiële bronnen. Een van onze bronnen zijn bijvoorbeeld artikelen op Wikipedia die zijn geclassificeerd als ten minste goede artikelen. Maar we gebruiken ook nieuwsartikelen, boeken en andere algemene teksten om voorbeeldzinnen te verzamelen over hoe het woord "endosperm" in een zin kan worden gebruikt. Rechts van elke zin vindt u een link-uit-pijl die u naar de bron van de zin stuurt, waar u toegang hebt tot de volledige tekst en context voor de gepresenteerde voorbeeldzin. Dit kan handig zijn omdat sommige woorden soms moeilijk te begrijpen zijn met alleen een zin voor de context, terwijl het volledige artikel of de volledige tekst u kan helpen inzicht te krijgen in het gebruik van het woord "endosperm".