Herbivoor in een zin
Hieronder vind je verschillende zinnen die illustreren hoe je het woord herbivoor in een zin gebruikt.
De Noord-Amerikaanse fluithaas is een herbivoor.
De meeste daarvan waren carnivoor, sommige herbivoor.
Dieren die uitsluitend plantaardig voedsel eten zijn herbivoor.
Aan een gebit is te zien of een dier een carnivoor, herbivoor of omnivoor is.
Larven van de gewone pad zijn in het begin voornamelijk herbivoor en leven van algen.
De leguaan is een herbivoor die planten eet, voornamelijk van de plant Vavaea amicorum.
Schildpadden kunnen carnivoor (vleesetend), herbivoor (plantenetend), of omnivoor (allesetend) zijn.
De dodo was een herbivoor die vermoedelijk leefde van de zaden en vruchten van verschillende planten.
Hierdoor kunnen zij zich een lager metabolisme veroorloven en is een meer herbivoor dieet toereikend.
Veel langsprietigen eten wel planten maar zijn meestal niet strikt herbivoor zoals veel kortsprietigen.
Groeberia was een generalistische herbivoor en mist de aanpassingen in het gebit voor het eten van gras.
Kortsprietigen (sprinkhanen) zijn vaak herbivoor en moeten voorzien worden van verse planten als voedsel.
Hij is een herbivoor en heeft voor het eten van onder andere bladeren en takken van acacia's, een puntlip.
Rechtvleugeligen kunnen zowel omnivoor (alleseter), herbivoor (planteneter) als carnivoor (vleeseter) zijn.
De vari is net als de rode vari herbivoor en heeft eetgewoonten die sterk overeenkomen met die van indri's en sifaka's.
De mens is een omnivoor (alleseter) en heeft een darm die in lengte tussen die van een carnivoor en een herbivoor ligt.
De larven kunnen carnivoor (vleesetend), detrivoor (afvaletend), herbivoor (plantenetend) of omnivoor (allesetend) zijn.
Sommige reptiliomorfen zoals Seymouria waren middelgrote carnivoren, terwijl Diadectes een drie meter lange herbivoor was.
Aan de vorm van tanden is vaak te zien wat voor voedingspatroon het dier heeft, bijvoorbeeld herbivoor, carnivoor of insectivoor.
Hoewel het dieet van de spin tot 90% uit plantendelen kan bestaan, is het geen herbivoor, soms worden mieren of hun larven gegeten.
De inrichting van het darmkanaal verschilt sterk, mede afhankelijk van het dieet dat onder meer carnivoor, herbivoor en detrivoor kan zijn.
Het darmstelsel is daarentegen veel korter dan dat van een herbivoor en de aanwezigheid van hoektanden zijn ook eigenschappen van carnivoren.
Er zijn echter uitzonderingen zoals de greppelsprinkhaan, die herbivoor is en de boomsprinkhaan die juist uitsluitend op kleine diertjes jaagt.
Deuterosaurus was een van de grootste dieren van zijn tijd en is op verschillende manieren geïnterpreteerd: als een herbivoor of als een carnivoor.
Tot de soorten met een bijzonder menu behoort de groene leguaan die als juveniel op prooien jaagt maar eenmaal volwassen enkel planten eet en herbivoor is.
Veel soorten zijn omnivoor en eten zowel plantaardig voedsel als kleine ongewervelden, andere soorten zijn strikt herbivoor of juist felle jagers (carnivoor).
Een overwegend carnivoor dier dat ten minste 5% plantaardig voedsel eet of een overwegend herbivoor dier dat ten minste 5% dierlijk voedsel eet noemt men omnivoor.
Een herbivoor (grazer) eet planten, maar de planten worden doorgaans niet gedood, ze worden gedeeltelijk gegeten (bijvoorbeeld: bladeren of vruchten) en blijven leven.
De meeste voedselketens beginnen met een plant of een eencellige; gevolgd door een herbivoor dier als primaire consument; en daarna een korte of lange reeks predatoren.
Jonge soepschildpadden leven voornamelijk van dierlijk materiaal maar volwassen exemplaren zijn meer herbivoor; vooral zeegras (Zostera) en verschillende algen worden gegeten.
Wat betreft voedsel heeft de kever een nogal gespleten levenswijze: de larven zijn jagers die grote hoeveelheden prooien eten, maar de volwassen kevers zijn herbivoor en aaseters.
De kreeftjes zijn de primaire (eerste) consument in de keten, ze zijn herbivoor; ieder volgend trofisch niveau wordt ingenomen door een carnivore (vleesetende) consument of predator.
Pliohippus was ongeveer 16 tot 5 miljoen jaar geleden wijdverbreid in een groot deel van Noord-Amerika tijdens het Midden-Mioceen tot het Onder-Plioceen en is een zeer dominante herbivoor geweest.
Voor de bejaging van de voornaamste prooidieren van de Texaanse populaties, aquatische amfibieën en zoetwaterhaaien, bood sneller opwarmen geen duidelijk voordeel en hetzelfde geldt voor Edaphosaurus als herbivoor.
Aanvankelijk werd gedacht dat Silesaurus strikt herbivoor was, maar later onderzoek naar de inhoud van zijn coprolieten geeft aan dat het mogelijk insectenetend was en zich voedde met insecten zoals de kever Triamyxa.
Bron: https://nl.wikipedia.org/wiki/Noord-Amerikaanse_fluithaas, https://nl.wikipedia.org/wiki/Krokodilachtigen, https://nl.wikipedia.org/wiki/Voedsel, https://nl.wikipedia.org/wiki/Gebit, https://nl.wikipedia.org/wiki/Ontwikkeling_van_de_kikvorsachtigen, https://nl.wikipedia.org/wiki/Gekamde_fijileguaan, https://nl.wikipedia.org/wiki/Schildpadden, https://nl.wikipedia.org/wiki/Dodo, https://nl.wikipedia.org/wiki/Zoogdieren, https://nl.wikipedia.org/wiki/Rechtvleugeligen, https://nl.wikipedia.org/wiki/Groeberiidae, https://nl.wikipedia.org/wiki/Zwarte_neushoorn, https://nl.wikipedia.org/wiki/Vari, https://nl.wikipedia.org/wiki/Darm, https://nl.wikipedia.org/wiki/Schietmotten, https://nl.wikipedia.org/wiki/Dimetrodon, https://nl.wikipedia.org/wiki/Tand, https://nl.wikipedia.org/wiki/Spinnen_(dieren), https://nl.wikipedia.org/wiki/Geleedpotigen, https://nl.wikipedia.org/wiki/Omnivoor, https://nl.wikipedia.org/wiki/Deuterosaurus, https://nl.wikipedia.org/wiki/Hagedissen, https://nl.wikipedia.org/wiki/Predator, https://nl.wikipedia.org/wiki/Metazoa, https://nl.wikipedia.org/wiki/Soepschildpad, https://nl.wikipedia.org/wiki/Grote_spinnende_watertor, https://nl.wikipedia.org/wiki/Voedselketen, https://nl.wikipedia.org/wiki/Pliohippus, https://nl.wikipedia.org/wiki/Silesaurus