Kruin in een zin
Hieronder vind je verschillende zinnen die illustreren hoe je het woord kruin in een zin gebruikt.
Het mannetje heeft een geel gekleurde kruin.
Bij vrouwtjes is alleen de kruin rood gekleurd.
Kenmerkend is de witte kruin en wenkbrauwstreep.
De kruin en bovenvleugels zijn donker bruinzwart.
Het mannetje heeft op de kruin ook een zalmroze gekleurde vlek.
Zowel op de bovenvleugel als op de kruin zitten zwarte streepjes.
De kruin en de nek zijn bruin, maar de veren daar hebben groene randen.
Het voorhoofd, de kruin, de kin en het bovenste deel van de keel zijn wit.
Ze zoeken de kruin van de boom op en eten de hele nacht van knoppen en bladeren.
Pasgeboren jongen hebben een chocoladebruine vacht met een bleek geelbruine kruin.
De blauwkeelbaardvogel heeft echter een rode kruin met halverwege een zwart vlekje.
Verder is de vogel grijs, donkergrijs op de kruin en op de rug en stuit lichter grijs.
De boom had in 1888 een omtrek van 5,6 meter en de kruin had een doorsnede van 16 meter.
Op de kruin zitten rode veertjes met zwart aan de rand die als een kuifje kunnen worden opgezet.
De oren worden bedekt door een dikke witte kraag die doorloopt tot de keel, maar de kruin vrijlaat.
De kruin en de nek zijn olijfgroen, de rug is warm bruin, de stuit en de vleugels zijn donkerblauw.
De kruin is olijfkleurig bruin, van boven en op de staart is de ral roodbruin met donkere streepjes.
Deze vogel heeft een gedrongen lichaam met korte poten, een brede staart en een felblauwe, kale kruin.
Deze tekening bevindt zich bij beide geslachten alleen op de kruin, maar is bij mannetjes duidelijk groter.
Hij heeft een grijzig kastanjebruine vacht over de rug, van de schouders tot de staartwortel en op de kruin.
Over het algemeen zijn de onderzijde, handen, voeten, schouders, de binnenkant van de ledematen en de kruin zwart.
Bij sommige individuen is de kruin van de schedel niet-pathologisch extreem afgeplat, wat moderne mensen nooit tonen.
De ijsvogel kent een voor vogels unieke poetsbeweging: hij wrijft over zijn kruin met de binnenkant van zijn vleugel.
Verder heeft de Amerikaanse grijze ruiter een duidelijke zwarte oogstreep, witte wenkbrauwstreep en een donkere kruin.
Beide vogels maken schijnbewegingen en zwaaien regelmatig hun snavel in de lucht, zodat de rode kruin goed zichtbaar is.
Dit lijkt veel op de dreighouding, maar nu blijft de snavel gesloten en worden de veren op de rug en kruin niet opgericht.
Bijna alle soorten zijn zwart en wit met vooral wit in de bovenvleugeldekveren, een kuifje op de kruin en een blauwe ring om het oog.
Het vliegend hert is een grote soort die zich overdag meestal schuilhoudt in bomen, zoals op de schors tussen begroeiing of in de kruin.
Bij de verwante diadeemmeerkat ontbreekt de witte keelvlek, is er een duidelijk zichtbare diadeem en is de kruin zwart, in plaats van grijs.
In de broedtijd is de kopkap zwart en reikt tot aan de snavel, buiten de broedtijd zijn er alleen donkere vlekken op de kruin boven het oog.
De ontwerper tekende de heilige echter als een eenvoudige pater met een kaalgeschoren kruin, rozenkrans aan de gordel en een kruis in zijn rechterhand.
Zo zijn er soorten die meer in de lagere takken leven, soorten die liever tegen de stam van de boom kruipen en soorten die juist hoger in de kruin te vinden zijn.
De grote fontanel (die de vorm van een ruit heeft) ligt vlak boven het voorhoofd, de kleine fontanel (die de vorm van een driehoek heeft) ligt ter hoogte van de kruin.
Van de soorten die een klimmende levenswijze hebben is er een onderscheid tussen de soorten die op de stam van de boom leven en soorten die in de kruin van een boom leven.
De borst is grijs met wit geschulpte veerranden, de kruin is ook grijs en verder is er op de kop rond het oog een grote bruine vlek, en schuin daaronder een ronde witte vlek.
De veren op de kop zijn gelig en de kruin is opvallend rood (de ouvéahoornparkiet heeft minder rood) en op de kop (kruin) zitten een paar lange zwarte sierveren met een rode punt.
In het bijzonder de achtertanden bestonden uit (hypdonaldische) kiezen met een hoge kruin en sterk gebogen emailplooien, die bij uitstek geschikt waren om op het harde grasvoer te kauwen.
Bron: https://nl.wikipedia.org/wiki/Breedbekmanakin, https://nl.wikipedia.org/wiki/Zwarte_specht, https://nl.wikipedia.org/wiki/Schubkaplawaaimaker, https://nl.wikipedia.org/wiki/Indische_schaarbek, https://nl.wikipedia.org/wiki/Zwartwangmiertangare, https://nl.wikipedia.org/wiki/Makirahoningeter, https://nl.wikipedia.org/wiki/Bruinborstparkiet, https://nl.wikipedia.org/wiki/Witwangreiger, https://nl.wikipedia.org/wiki/Eikenprocessierups, https://nl.wikipedia.org/wiki/Australische_zeeleeuw, https://nl.wikipedia.org/wiki/Blauwkeelbaardvogel, https://nl.wikipedia.org/wiki/Witvleugelrupsvogel, https://nl.wikipedia.org/wiki/Tjenneboom, https://nl.wikipedia.org/wiki/Kuifcalyptura, https://nl.wikipedia.org/wiki/Vari, https://nl.wikipedia.org/wiki/Vorkstaartscharrelaar, https://nl.wikipedia.org/wiki/Wetmore's_ral, https://nl.wikipedia.org/wiki/Kaalkopmiervogel, https://nl.wikipedia.org/wiki/Witkeelmeerkat, https://nl.wikipedia.org/wiki/Anatomie_van_de_neanderthaler, https://nl.wikipedia.org/wiki/IJsvogel, https://nl.wikipedia.org/wiki/Amerikaanse_grijze_ruiter, https://nl.wikipedia.org/wiki/Leucocarbo, https://nl.wikipedia.org/wiki/Vliegend_hert, https://nl.wikipedia.org/wiki/Nieuw-Zeelandse_stern, https://nl.wikipedia.org/wiki/Geschiedenis_van_Lieshout, https://nl.wikipedia.org/wiki/Hagedissen, https://nl.wikipedia.org/wiki/Fontanel, https://nl.wikipedia.org/wiki/Madagaskardaggekko's, https://nl.wikipedia.org/wiki/Grijsborstparkiet, https://nl.wikipedia.org/wiki/Hoornparkiet, https://nl.wikipedia.org/wiki/Pliohippus