Voorbeeldzinnen.nu

Voorbeeldzinnen voor organisme

Hier vind je een groot assortiment aan voorbeeldzinnen voor het woord organisme, oftewel zinnen die je kunnen helpen om organisme in een zin te gebruiken. Leren hoe je een woord in een zin moet gebruiken, kan erg nuttig zijn, bijvoorbeeld als het gaat om het leren gebruiken van het woord in een zin, in welke context het woord kan worden gebruikt en om de ware betekenis van het woord te leren "organisme". Daarnaast laten we ook zien hoe verschillende verbuigingen van organisme kunnen worden gebruikt, de verbuigingen waar we ook voorbeeldzinnen voor hebben zijn: organismen en organismes. Als u op de verbuiging van organisme klikt waarin u geïnteresseerd bent, komt u bij de lijst met voorbeeldzinnen voor die specifieke vorm.

Organisme in een zin

Hieronder vind je verschillende zinnen die illustreren hoe je het woord organisme in een zin gebruikt.


  1. Het is in Europa een quarantaine organisme.


  2. Vele celdelingen laten een organisme groeien.


  3. Een atavisme bij een organisme kan betekenen:.


  4. Een dergelijk organisme wordt haplont genoemd.


  5. Het aantal genen kan per organisme verschillen.


  6. Het organisme behoort tot de familie Centropyxidae.


  7. Het organisme voedt zich voornamelijk met bacteriën.


  8. Daarmee is deze schimmel het grootste organisme ter wereld.


  9. Alle genen van een organisme worden samen het genoom genoemd.


  10. De complete set genen van een organisme noemt men het genoom.


  11. Het organisme komt uit het geslacht Goussia en behoort tot de familie Eimeriidae.


  12. Rizomorfen zijn een soort weefsels die helpen bij het overleven van het organisme.


  13. Het organisme komt uit het geslacht Cryptobia en behoort tot de familie Bodonidae.


  14. Het organisme komt uit het geslacht Euglena en behoort tot de familie Euglenaceae.


  15. Het organisme komt uit het geslacht Ceratium en behoort tot de familie Ceratiaceae.


  16. Onder 'sporen' wordt alles verstaan wat een organisme, zowel actief als passief, maakt of achterlaat.


  17. Een organisme dat juist in gematigde omstandigheden leeft, wordt aangeduid als mesofiel of neutrofiel.


  18. Een organisme hoeft echter niet de sterkste te zijn om betere overlevingskansen te hebben dan anderen.


  19. Homologe chromosomen bevatten elk een van de twee allelen die een diploïde organisme van elk gen bezit.


  20. De verhouding natuurlijk astaxanthine in een organisme hangt af van het organisme zelf en zijn voedsel.


  21. Door ruikend te proeven kan het organisme voorkomen dat het bedorven en dus ziekmakend voedsel opneemt.


  22. De mate, snelheid en wijze waarop een dood organisme verrot, wordt sterk beïnvloed door factoren zoals:.


  23. Ze geven vorm en stevigheid aan losse cellen en houden de cellen binnen een meercellig organisme bijeen.


  24. De hoornlaag beschermt het organisme tegen uitdroging, en is een effectieve barrière tegen veel stoffen.


  25. Een organotroof organisme verkrijgt de energiebehoefte uit chemische omzettingen van organische stoffen.


  26. Met alleen de harde delen is het soms moeilijk zich een goed beeld te vormen van het complete organisme.


  27. Een protist is een eukaryoot organisme dat niet behoort tot het rijk van de dieren, planten of schimmels.


  28. Daarnaast is bij veel kwantitatieve eigenschappen ook de omgeving waarin het organisme leeft van invloed.


  29. De giftigheid van stoffen ontstaat omdat de stoffen aangrijpen op biochemische reacties in het organisme.


  30. Een haplobiont is een organisme waarbij de volledige levenscyclus zich binnen een enkel individu voltrekt.


  31. In iedere levende cel bevindt zich het genetisch materiaal, waarin vastligt hoe een organisme eruit ziet en functioneert.


  32. Evenwichtszin is het vermogen van een organisme om lineaire versnelling en rotatie van zijn hoofd (of kop) waar te nemen.


  33. Een dergelijke levenscyclus heet heteromorfe digenetische cyclus en een dergelijk organisme een heteromorfe diplohaplont.


  34. Alle erfelijke eigenschappen samen, of ze nu wel of niet tot uiting komen, worden het genotype van een organisme genoemd.


  35. Het is een centraal concept in de moleculaire biologie en werkt bij ieder organisme op basis van dezelfde grondprincipes.


  36. In de biologie is de cel het kleinste onderdeel van een organisme dat alle genetische informatie van dat organisme bevat.


  37. De BCF moet experimenteel worden vastgesteld, en zal verschillen naargelang het soort organisme (vis, schaaldier, alg...).


  38. De uitlopers van zakpijpen en mosdiertjes lopen evenwijdig aan en om elkaar heen, waardoor het geheel één organisme lijkt.


  39. Om de mate waarin een stof in een organisme wordt geaccumuleerd aan te duiden gebruikt men de bioconcentratiefactor (BCF).


  40. Een organisme is heterozygoot voor een bepaalde eigenschap, als het twee verschillende vormen (allelen) van een gen heeft.


  41. Deze classificatie is van belang voor genografie, een wetenschappelijke tak die zich bezighoudt met hoe een organisme zich in de prehistorie heeft ontwikkeld en verspreid.


  42. Een diplobiont is een organisme waarbij men in de levenscyclus twee verschillende individuen kan onderscheiden, die elk weer overeenkomen en één of twee generaties hebben.


  43. Een zeer beperkt aantal mutaties heeft zelfs positieve invloed op de fitness van een organisme, naar schatting komt zo'n mutatie per genoom eens in de 300 generaties voor.


  44. Secundaire metabolieten zijn stoffen die niet essentieel zijn voor het overleven van het organisme, maar het organisme toch een zeker evolutionair voordeel geboden hebben.


  45. De uitwendige bouw (fenotype) en vorm van het individuele organisme worden echter niet alleen bepaald door het genotype, maar ook beïnvloed door zijn milieu (de omgeving).


Bron: https://nl.wikipedia.org/wiki/Rondwormen, https://nl.wikipedia.org/wiki/Leven, https://nl.wikipedia.org/wiki/Atavisme, https://nl.wikipedia.org/wiki/Kernfase, https://nl.wikipedia.org/wiki/Desoxyribonucleïnezuur, https://nl.wikipedia.org/wiki/Centropyxis, https://nl.wikipedia.org/wiki/Amoebe, https://nl.wikipedia.org/wiki/Schimmels, https://nl.wikipedia.org/wiki/Gen, https://nl.wikipedia.org/wiki/Goussia_clupearum, https://nl.wikipedia.org/wiki/Rizomorf, https://nl.wikipedia.org/wiki/Cryptobia_stilbia, https://nl.wikipedia.org/wiki/Euglena_repulsans, https://nl.wikipedia.org/wiki/Ceratium_horridum, https://nl.wikipedia.org/wiki/Paleontologie, https://nl.wikipedia.org/wiki/Extremofiel, https://nl.wikipedia.org/wiki/Survival_of_the_fittest, https://nl.wikipedia.org/wiki/Genetica, https://nl.wikipedia.org/wiki/Astaxanthine, https://nl.wikipedia.org/wiki/Reukzin, https://nl.wikipedia.org/wiki/Verrotting, https://nl.wikipedia.org/wiki/Tyrosine, https://nl.wikipedia.org/wiki/Hoornlaag, https://nl.wikipedia.org/wiki/Stofwisselingsfysiologie, https://nl.wikipedia.org/wiki/Fossiel, https://nl.wikipedia.org/wiki/Protisten, https://nl.wikipedia.org/wiki/Toxicologie, https://nl.wikipedia.org/wiki/Levenscyclus, https://nl.wikipedia.org/wiki/Organisme, https://nl.wikipedia.org/wiki/Evenwichtszin, https://nl.wikipedia.org/wiki/Geslachtsverdeling, https://nl.wikipedia.org/wiki/Cel_(biologie), https://nl.wikipedia.org/wiki/Bioconcentratiefactor, https://nl.wikipedia.org/wiki/Perophora_viridis, https://nl.wikipedia.org/wiki/Bioaccumulatie, https://nl.wikipedia.org/wiki/Heterozygoot, https://nl.wikipedia.org/wiki/Haplogroep, https://nl.wikipedia.org/wiki/Diplobiont, https://nl.wikipedia.org/wiki/Genetische_variatie, https://nl.wikipedia.org/wiki/Natuurproduct_(scheikunde), https://nl.wikipedia.org/wiki/Morfologie_(biologie)

Organismen in een zin

Organismen is een verbuigingsvorm van organisme, hieronder vind je voorbeeldzinnen voor organismen.


  1. Er zijn ook mixotrofe organismen.


  2. Zo ontstaat het voedsel voor andere organismen.


  3. De cyclus komt voor in alle bekende organismen.


  4. In andere organismen zijn UGA en UAG stopcodons.


  5. Lipasen zijn alom vertegenwoordigd in organismen.


  6. Het zijn hiermee de traagste organismen op aarde.


  7. Diplonten zijn organismen met alleen een diplofase.


  8. Dergelijke organismen worden diplohaplonten genoemd.


  9. Hij kon tevens energie uit andere organismen zuigen.


  10. Veel organismen zijn onder te verdelen in twee vormen.


  11. Er komen in levende organismen ook katalysatoren voor.


  12. Bijna alle organismen werken met DNA, RNA en eiwitten.


  13. Virussen worden niet gerekend tot de levende organismen.


  14. Virussen zijn geen organismen en hebben geen metabolisme.


  15. Voorbeelden van verschillende organismen (duur in uren):.


  16. Glucose is in organismen een veel voorkomende energiebron.


  17. Thigmotaxie wordt waargenomen bij verschillende organismen.


  18. Bacteriën en veel soorten algen zijn eencellige organismen.


  19. Deze code is universeel geldig bij alle bekende organismen.


  20. Een gen bestaat in sommige organismen uit introns en exons.


Bron: https://nl.wikipedia.org/wiki/Heterotroof, https://nl.wikipedia.org/wiki/Extremofiel, https://nl.wikipedia.org/wiki/Citroenzuurcyclus, https://nl.wikipedia.org/wiki/TRNA, https://nl.wikipedia.org/wiki/Lipase, https://nl.wikipedia.org/wiki/Bacteriën, https://nl.wikipedia.org/wiki/Kernfase, https://nl.wikipedia.org/wiki/Digenetische_cyclus, https://nl.wikipedia.org/wiki/Black_Tom_Cassidy, https://nl.wikipedia.org/wiki/Sekse, https://nl.wikipedia.org/wiki/Katalyse, https://nl.wikipedia.org/wiki/Evolutietheorie, https://nl.wikipedia.org/wiki/Desoxyribonucleïnezuur, https://nl.wikipedia.org/wiki/Mitose, https://nl.wikipedia.org/wiki/Aerobe_dissimilatie, https://nl.wikipedia.org/wiki/Thigmotaxie, https://nl.wikipedia.org/wiki/Cel_(biologie), https://nl.wikipedia.org/wiki/Genetische_code, https://nl.wikipedia.org/wiki/Gen

Organismes in een zin

Organismes is een verbuigingsvorm van organisme, hieronder vind je voorbeeldzinnen voor organismes.


  1. Diplonten zijn een diploïde organismes, waarvan alleen de gameten haploïde zijn.


  2. De fossielen bevatten of verwijzen naar de oudste meercellige organismes ter wereld.


  3. In de natuur komt stikstoffixatie door organismes alleen voor als het niet anders kan.


  4. Fossielen kunnen ook afdrukken zijn van organismes, of zowel een afdruk als een skelet.


  5. Organisch materiaal in sedimentair gesteente is afkomstig van de resten van dode organismes.


  6. Bij de kleinste organismes als eencelligen en kleine meercelligen ontbreekt een aparte circulatie.


  7. Nadat de transformatie is uitgevoerd zal die slechts in een gedeelte van de organismes daadwerkelijk gelukt zijn.


  8. Bij kleinere organismes wordt bloed niet gebruikt voor de aanvoer van zuurstof en dit heeft daarom geen transporteiwit.


  9. In de toekomst kan dit de evolutiewetenschap zo ver brengen dat nieuwe synthetische organismes in experimenten ontstaan.


  10. De organismes die gebonden zijn aan een ondergronds leven, zijn troglobieten en zijn veelal blind en hebben geen pigment.


  11. Zij onderzoekt de wetten volgens welke zich in organismes stoffelijke veranderingen met wijzigingen van energie voltrekken.


  12. De taxonoom probeert op grond van de in de taxonomie gangbare criteria planten, dieren en alle andere organismes in te delen.


  13. Een kieuw is een ademhalingsorgaan waarmee organismes in staat zijn om zuurstof uit water op te nemen en koolzuurgas af te staan.


  14. Vooral in een warm klimaat zullen in ondiepe zeeën veel kleine organismes voorkomen die hun skeletjes uit kalk (carbonaat) opbouwen.


  15. Zwak punt blijft altijd dat cladistiek geen rekening kan houden met zijdelingse overdracht van genetisch materiaal tussen organismes.


  16. Vanuit organismes zonder circulatie ontstonden organismes met coelomische circulatie, vervolgens het hemaal systeem en vanuit daar het hart.


  17. In de natuur blijven dode organismes meestal niet lang bewaard: door aaseters en bacteriën, verrotting en erosie zullen de meeste kadavers snel verdwijnen.


  18. Bij de kleinere organismes hoeft het bloed meestal geen of weinig zuurstof te vervoeren en het bloed of hemolymfe heeft daarom veelal geen ademhalingspigment.


  19. De diepe holen die de zwarte specht uithakt, maakt het hout beter toegankelijk voor schimmels, insecten en andere organismes, zodat het rottingsproces versnelt.


  20. Doordat het bloed van kleinere organismes meestal geen of weinig zuurstof hoeft te vervoeren, heeft het bloed of hemolymfe daarom veelal geen ademhalingspigment.


Bron: https://nl.wikipedia.org/wiki/Gametofyt, https://nl.wikipedia.org/wiki/Ecologisch_Reservaat_Mistaken_Point, https://nl.wikipedia.org/wiki/Stikstofkringloop, https://nl.wikipedia.org/wiki/Sedimentair_gesteente, https://nl.wikipedia.org/wiki/Hart_en_vaatstelsel, https://nl.wikipedia.org/wiki/Genetische_manipulatie, https://nl.wikipedia.org/wiki/Bloed, https://nl.wikipedia.org/wiki/Geschiedenis_van_de_evolutietheorie, https://nl.wikipedia.org/wiki/Locomotie, https://nl.wikipedia.org/wiki/Bio-energetica_(biologie), https://nl.wikipedia.org/wiki/Taxonomie, https://nl.wikipedia.org/wiki/Kieuw, https://nl.wikipedia.org/wiki/Fylogenetica, https://nl.wikipedia.org/wiki/Hart, https://nl.wikipedia.org/wiki/Geleedpotigen, https://nl.wikipedia.org/wiki/Zwarte_specht

Vorige en volgende woord in de database

‹‹ organiseren organist ››

Algemene informatie over "organisme" voorbeeldzinnen

De voorbeeldzinnen voor het woord organisme die we op deze website presenteren, komen uit verschillende officiële bronnen. Een van onze bronnen zijn bijvoorbeeld artikelen op Wikipedia die zijn geclassificeerd als ten minste goede artikelen. Maar we gebruiken ook nieuwsartikelen, boeken en andere algemene teksten om voorbeeldzinnen te verzamelen over hoe het woord "organisme" in een zin kan worden gebruikt. Rechts van elke zin vindt u een link-uit-pijl die u naar de bron van de zin stuurt, waar u toegang hebt tot de volledige tekst en context voor de gepresenteerde voorbeeldzin. Dit kan handig zijn omdat sommige woorden soms moeilijk te begrijpen zijn met alleen een zin voor de context, terwijl het volledige artikel of de volledige tekst u kan helpen inzicht te krijgen in het gebruik van het woord "organisme".