Voorbeeldzinnen.nu

Voorbeeldzinnen voor sprongbeen

Hier vind je een groot assortiment aan voorbeeldzinnen voor het woord sprongbeen, oftewel zinnen die je kunnen helpen om sprongbeen in een zin te gebruiken. Leren hoe je een woord in een zin moet gebruiken, kan erg nuttig zijn, bijvoorbeeld als het gaat om het leren gebruiken van het woord in een zin, in welke context het woord kan worden gebruikt en om de ware betekenis van het woord te leren "sprongbeen".

Sprongbeen in een zin

Hieronder vind je verschillende zinnen die illustreren hoe je het woord sprongbeen in een zin gebruikt.


  1. De onderkant is achteraan afgerond en past in het sprongbeen.


  2. Het bestaat uit een linkerscheenbeen verbonden met het sprongbeen en hielbeen.


  3. Het bovenste rolgewricht van het sprongbeen is vlakker dan bij basale mensapen.


  4. De opgaande tak van het sprongbeen is extreem hoog en smal, 66% hoger dan breed.


  5. Het sprongbeen is van voor naar achter gemeten vrij plat aan de binnenste zijde.


  6. Dit geldt waarschijnlijk ook voor een sprongbeen dat naast het skelet werd gevonden.


  7. Volgens Cooper toont de vorm van het sprongbeen de overgang van een teenganger naar een zoolganger.


  8. Het bestaat uit drie brokken steen die samen een rechterscheenbeen vormen, vergroeid met het sprongbeen.


  9. Het sprongbeen heeft een verkleind ondervlak terwijl voorzijde en achterzijde iets schuin omlaag gericht zijn.


  10. Een ander typisch kenmerk van het skelet zijn het sterk verlengde sprongbeen (astragalus) en hielbeen (calcaneum).


  11. Overigens is het volgens Mortimer gezien het hoge sprongbeen in feite wel een tetanuur, een lid van de Coelurosauria.


  12. De onderste uiteinden van het scheenbeen en het kuitbeen vormen samen de enkelvork die het sprongbeen als het ware omvat.


  13. Het sprongbeen is over het algemeen modern van vorm, met uitzondering van de weinig gewrongen kop als bij basale mensapen.


  14. De geslachtsnaam betekent "vogelenkel" en verwijst naar de vergroeiing van het scheenbeen en het sprongbeen, net als bij de vogels.


  15. Bij het sprongbeen heeft de basis van de voorkant van de opgaande tak geen uitholling met foramina, wat typisch is voor Neosauropoda.


  16. Het bovenste spronggewricht is een scharniergewricht en verbindt het scheenbeen (tibia) en kuitbeen (fibula) met het sprongbeen (talus).


  17. Hij deelt met Silesaurus en Chindesaurus een verbreding naar boven op de middelste hoogte van de bovenste achterste hoek van het sprongbeen.


  18. Het sprongbeen heeft twee korte horizontale groeven en twee aderkanalen op het hoofdlichaam en twee groeven aan de basis van de opgaande tak.


  19. Op de opgaande tak van het sprongbeen loopt een verticale richel, bovenaan beginnen aan de top en naar onderen doorlopend tot net boven het midden.


  20. De onderkant van het scheenbeen heeft een breedte van vierenveertig centimeter; het stuk dat van voren bezien aan het sprongbeen vastzit is smaller.


  21. Het onderste spronggewricht wordt gevormd door drie gewrichtsvlakken tussen drie voetwortelbeentjes: sprongbeen (talus), het hielbeen (calcaneus), en os naviculare.


  22. Het holotype bestaat uit de onderzijde van een linkerkuitbeen op een groter stuk linkerscheenbeen; aan dat laatste zit nog een sprongbeen vast en aan het eerste een hielbeen.


  23. De enkel is wel gezien als licht crurotarsaal, met een inspringend gewrichtsvlak, maar Rieppel concludeerde in 2010 dat sprongbeen en hielbeen niet ten opzichte van elkaar konden bewegen.


  24. Van de twee naast elkaar liggende hoofdbotten in de enkel, zat het binnenste, het sprongbeen of astragalus, aan het onderbeen vast en het buitenste, het hielbeen of calcaneus, aan de voet.


  25. Cope veronderstelde correct dat bij jonge dieren het scheenbeen en het sprongbeen nog een duidelijke beennaad zouden laten zien en begreep dat de brede bouw van de enkel wees op een korte zware voet.


  26. Bij het sprongbeen heeft het raakvlak met de binnenste onderste beenstijl van het scheenbeen slechts een beperkte uitbreiding naar binnen toe, slechts een gedeelte van het ondervlak van de beenstijl rakend.


  27. Pachynolophus bezat echter enkele afgeleide kenmerken, zoals diepe groeven die de kruisbanden huisvestten, een duidelijke adductorknobbel op het distale dijbeen en een J-vormig sustentaculair facet op het sprongbeen.


Bron: https://nl.wikipedia.org/wiki/Vulcanodon, https://nl.wikipedia.org/wiki/Vayuraptor, https://nl.wikipedia.org/wiki/Australopithecus_afarensis, https://nl.wikipedia.org/wiki/Ornithotarsus, https://nl.wikipedia.org/wiki/Lewisuchus, https://nl.wikipedia.org/wiki/Fosterovenator, https://nl.wikipedia.org/wiki/Guaibasaurus, https://nl.wikipedia.org/wiki/Kikkers, https://nl.wikipedia.org/wiki/Enkel, https://nl.wikipedia.org/wiki/Floresmens, https://nl.wikipedia.org/wiki/Yuanmousaurus, https://nl.wikipedia.org/wiki/Tanystropheus, https://nl.wikipedia.org/wiki/Krokodilachtigen, https://nl.wikipedia.org/wiki/Bonapartesaurus, https://nl.wikipedia.org/wiki/Pachynolophus

Vorige en volgende woord in de database

‹‹ sprong sprongen ››

Algemene informatie over "sprongbeen" voorbeeldzinnen

De voorbeeldzinnen voor het woord sprongbeen die we op deze website presenteren, komen uit verschillende officiƫle bronnen. Een van onze bronnen zijn bijvoorbeeld artikelen op Wikipedia die zijn geclassificeerd als ten minste goede artikelen. Maar we gebruiken ook nieuwsartikelen, boeken en andere algemene teksten om voorbeeldzinnen te verzamelen over hoe het woord "sprongbeen" in een zin kan worden gebruikt. Rechts van elke zin vindt u een link-uit-pijl die u naar de bron van de zin stuurt, waar u toegang hebt tot de volledige tekst en context voor de gepresenteerde voorbeeldzin. Dit kan handig zijn omdat sommige woorden soms moeilijk te begrijpen zijn met alleen een zin voor de context, terwijl het volledige artikel of de volledige tekst u kan helpen inzicht te krijgen in het gebruik van het woord "sprongbeen".