Hier vind je een groot assortiment aan voorbeeldzinnen voor het woord vergroeiing, oftewel zinnen die je kunnen helpen om vergroeiing in een zin te gebruiken. Leren hoe je een woord in een zin moet gebruiken, kan erg nuttig zijn, bijvoorbeeld als het gaat om het leren gebruiken van het woord in een zin, in welke context het woord kan worden gebruikt en om de ware betekenis van het woord te leren "vergroeiing".
Vergroeiing in een zin
Hieronder vind je verschillende zinnen die illustreren hoe je het woord vergroeiing in een zin gebruikt.
Een zaadlijst is de vergroeiing van de twee bladrandhelften van het vruchtblad.
Door vergroeiing kan ook een verschuiving van het aanhechtingspuntpunt zijn optreden.
De bochelcicaden zijn de enige groep van halfvleugeligen met een dergelijke vergroeiing.
Boven de oogkas raakt het prefrontale de vergroeiing van het postfrontale en postorbitale.
De onderste vergroeiing van de schaambeenderen heeft onderaan een geleidelijke verbreding.
Ondanks de vergroeiing zijn de middenvoetsbeenderen, de metatarsalia, nog duidelijk herkenbaar.
Vooraan is er meestal geen duidelijke kin: de symfyse, de vergroeiing, loopt recht naar beneden.
Over hun vergroeiing blijft een beennaad zichtbaar, bij de voorkant sterker dan bij de achterkant.
Tegenwoordig weten biologen dat de dorsale vergroeiing van de bochelcicaden is ontstaan uit een derde vleugelpaar.
Dat leidde men af uit de mate van vergroeiing van de botten maar vooral uit de relatieve grootte van de schedelkam.
Dit blijkt uit de geringe mate van verbening en vergroeiing van de skeletdelen en ook uit het gekerfde botoppervlak.
Pectus (ook wel trechterborst genoemd) is een vergroeiing van het borstbeen die zowel bij mens als bij dier voorkomt.
De bochelcicaden hebben daarnaast een naar achteren stekende vergroeiing van het borststuk, waaraan de naam te danken is.
De 'helm' die zo karakteristiek is voor de bochelcicaden werd lange tijd beschouwd als een vergroeiing van het halsschild.
Het belangrijkste verschil is echter dat bij alle drie de soorten een geweiachtige vergroeiing van de mandibels ontbreekt.
Dsungaripterus heeft een notarium, vergroeiing van de voorste ruggenwervels en een synsacrum van zeven vergroeide bekkenwervels.
De bochelcicade heeft een vergroeiing die bruin tot zwart van kleur is en bestaat uit een structuur van stekels en holle bollen.
Het bot zit aan de voorzijde van de romp en is evolutionair ontstaan uit de vergroeiing van de sleutelbeenderen van een reptiel.
De geslachtsnaam betekent "vogelenkel" en verwijst naar de vergroeiing van het scheenbeen en het sprongbeen, net als bij de vogels.
Op de snuitpunt van een volwassen mannetje is een vergroeiing op de neus te zien, die behoorlijk opvalt en onregelmatig van vorm is.
Die functie zou versterkt zijn door een vergroeiing van verschillende beenderen die de schedel akinetisch, star, zou hebben gemaakt.
De tarsometatarsus is een vergroeiing van het tweede, derde en vierde middenvoetsbeen: met elkaar en met de onderste enkelbeenderen.
Een echt heiligbeen bestaat niet: het aantal sacrale wervels bedraagt slechts één, zodat er geen vergroeiing tot een sacrum mogelijk is.
De bovenste torus, een beenring die de binnenzijde van de voorste vergroeiing van de onderkaken versterkt, is zwak tot matig ontwikkeld.
De soorten die behoren tot het geslacht Arachnura lijken sprekend op een blad dankzij de bladsteel-achtige vergroeiing van het achterlijf.
Een wrat (medisch: verruca vulgaris) is een harde, eeltachtige vergroeiing van de opperhuid in de vorm van een bloemkoolvormig (klein) knobbeltje.
Lange tijd werd gedacht dat dit een onbedoelde vergroeiing of misschien een ziekte was maar na onderzoek blijkt dat het uitsteeksel meerdere doelen dient.
Aan de andere kant tonen de vogels soms extremere modificaties, vooral wat betreft de reductie van de staart en de vergroeiing van schedeldelen en het bekken.
De kop is evolutionair gezien ontstaan door vergroeiing van een aantal (ca 6) segmenten; dit is echter normaal gesproken niet of nauwelijks meer waarneembaar.
Sommige soorten, zoals de gangesgaviaal, kennen een seksuele dimorfie, de mannetjes hebben een opvallende vergroeiing op de snuitpunt die dient als visuele prikkel.
Aan de binnenkant wordt dit bedekt door het spleniale dat ver naar voren doorloopt en deelneemt aan de symfyse, de vergroeiing van beide onderkaken aan hun voorkanten.
Daarnaast worden nog verscheidene andere symbolen gebruikt, zoals voor vergroeiing van onderdelen, inplanting van de bloemdelen, steriliteit van meeldraden of vruchtbladen, de bloemboden en stamper.
Geavanceerde tweevoeters hebben vaak maar drie dragende tenen, sommige eumaniraptoren maar twee; bij de latere vogels is de voet verder versimpeld door een totale vergroeiing van de middenvoetsbeenderen.
Hij was voornaam, vredelievend en minzaam in zijn optreden, maar had te kampen met een zwakke gezondheid en een vergroeiing van zijn rug die zijn politiek-bestuurlijke optreden meer en meer parten zou gaan spelen.
De crista spinalis en crista lateralis zijn typisch vergroeid, met vaak ook nog eens een gedeeltelijke vergroeiing tussen de crista spinalis met de crista turbinalis, wat een driehoekige fossa intranasalis oplevert.
Algemene informatie over "vergroeiing" voorbeeldzinnen
De voorbeeldzinnen voor het woord vergroeiing die we op deze website presenteren, komen uit verschillende officiële bronnen. Een van onze bronnen zijn bijvoorbeeld artikelen op Wikipedia die zijn geclassificeerd als ten minste goede artikelen. Maar we gebruiken ook nieuwsartikelen, boeken en andere algemene teksten om voorbeeldzinnen te verzamelen over hoe het woord "vergroeiing" in een zin kan worden gebruikt. Rechts van elke zin vindt u een link-uit-pijl die u naar de bron van de zin stuurt, waar u toegang hebt tot de volledige tekst en context voor de gepresenteerde voorbeeldzin. Dit kan handig zijn omdat sommige woorden soms moeilijk te begrijpen zijn met alleen een zin voor de context, terwijl het volledige artikel of de volledige tekst u kan helpen inzicht te krijgen in het gebruik van het woord "vergroeiing".